Nele Lijnen Basisinkomen Boek

Waarom ik dit boek schreef

De liefde tussen het basisinkomen en mezelf startte in 1997, toen ik terugkwam van Venezuela. Na een interculturele uitwisseling van één jaar als student leerde ik Frans en Marita kennen, twee mensen met een hart van goud en gezegend met een flinke dosis gezond verstand en oprechtheid. Zij stelden hun huis en hart open voor buitenlandse studenten en lieten zelf ook hun twee dochters en later eveneens hun twee Congolese pleegdochters uitvliegen om de wereld te ontdekken. Ze waren ook Vivanters, lid van de politieke ‘beweging’ die in 1997 werd opgericht door Roland Duchâtelet. Telkens ik Frans en Marita ergens in Limburg tegenkwam, namen ze elk moment te baat om me te vertellen over de drie uitgangspunten van Vivant:

  • Geen belasting op arbeid, maar op producten.
  • Directe democratie via referenda.
  • Een onvoorwaardelijk, universeel en individueel basisinkomen.

Naast deze invloedrijke ontmoetingen kwam ik door toeval nog op een andere manier in contact met ‘de wereld van het basisinkomen’. Gedreven door mijn persoonlijke drang naar vrijheid doorliep ik mijn jaren aan de hogeschool in Hasselt – de huidige PXL Hogeschool – als zelfstandig student. Ik ging tijdens weekdagen naar de les en op vrijdag, zaterdag en alle schoolvakanties werkte ik aan de kassa bij de Superconfex in Kuringen. Daarom koos ik voor een stageplaats dicht bij huis, omdat ik naast de stage ook gewoon mijn kost moest verdienen. Ik kwam terecht bij TVLokaal.com van Roland Duchâtelet, die al gauw mijn politieke vader werd. Het Belgische internettelevisiestation – zeg maar gerust de voorloper van YouTube – was gehuisvest in de gebouwen van Melexis in Tessenderlo. Dit bedrijf maakt micro-elektronica voor de autoassemblage. Elke auto die ergens ter wereld van de band rolt, heeft gemiddeld acht Melexis-chips aan boord. Na mijn stage mocht ik in het bedrijf blijven werken en zo zette ik mijn eerste echte professionele stappen onder de vleugels van Roland en geïnspireerd door Françoise Chombar, de CEO van Melexis. Ze werkten er in een ‘open office’- structuur en hoewel ik me niet met halfgeleiders of chips bezighield, ademde ik mee de gedrevenheid van het bedrijf uit.


Vivant

Op een mooie werkdag in Tessenderlo stond Roland aan mijn bureau. Hij vroeg rechtuit of ik voor Vivant wilde komen werken. De federale verkiezingen van 2003 kwamen eraan en er waren veel vrijwilligers op pad om de vereiste 5 000 handtekeningen te verzamelen om te mogen deelnemen aan verkiezingen. We haalden 1,4% van de stemmen in 2003, wat in België door de kiesdrempel van 5% te weinig was. Men stelde dat een stem voor Vivant een verloren stem was omdat we de kiesdrempel niet haalden en dus moesten we op zoek naar een andere manier om onze programmapunten te realiseren. Een kartel bleek de oplossing!

 

Vld-Vivant

Vivant stond voor ‘Voor Individuele Vrijheid en Arbeid in een Nieuwe Toekomst’. De naam alleen al ademde liberalisme uit en ons programma deed dat nog meer. Het was dus niet meer dan logisch dat Roland en ik onderhandelingen startten met de Vld onder het voorzitterschap van Karel De Gucht, die tijdens onze besprekingen steeds geflankeerd werd door Guy Verhofstadt, Patrick Dewael en Dirk Sterckx. We kwamen tot een akkoord en het kartel Vld-Vivant stapte in 2004 samen naar de Vlaamse en Europese verkiezingen. Nadien ging dit kartel op in de partij Open Vld.

 

Open Vld

Als senator en parlementslid voor Open Vld bleef het basisinkomen eerst impliciet en nadien heel expliciet hoog op mijn persoonlijke politieke agenda. Een voorbeeld van deze strijd is mijn steun voor de onvoorwaardelijkheid van inkomensvervangende tegemoetkomingen voor personen met een handicap. We moeten in staat zijn te objectiveren wat mensen overkomt en hen daarvoor geld geven, ongeacht het inkomen dat ze elders verwerven. Marc Herremans werd in 2007 veroordeeld voor ‘uitkeringsfraude’ omdat hij fondsenwerving deed voor zijn vzw via lezingen over zijn boek “To walk again”. Dit proces was exemplarisch voor de manier waarop onze sociale zekerheid mensen met een beperking en bij uitbreiding iedereen die er ooit gebruik van moet maken, fnuikt in hun initiatief en vrijheid.

 

Prijs der liefde

Een ander strijdpunt in lijn met het basisinkomen is mijn strijd tegen de prijs der liefde. Vandaag betalen vele mensen met een beperking helaas een hoge prijs voor hun liefde. Zo trouwden onlangs twee vrienden van me die elkaar leerden kennen via de rolstoelrugby. Om hun liefde te bezegelen, stapten ze in het huwelijksbootje, maar de prijs die ze daarvoor betaalden, was letterlijk hoog. Hun liefde kostte hen een flink stuk uit hun maandelijkse toelage die ze krijgen omwille van hun handicap. De handicap zelf is echter nog steeds dezelfde als voor het huwelijk. Zo zijn er ontelbaar veel voorbeelden te vinden in onze maatschappij die me tegen de borst stuiten. De individualisering van onze sociale zekerheid is daarom een van de meest sociale maatregelen die we kunnen nemen als belangrijke stap naar een basisinkomen voor iedereen.

 

Ontwikkelingshulp

Terug naar mijn meer expliciete stappen in de richting van een basisinkomen. Na de aardbeving in Haïti in 2010 berekenden Roland en ik dat het geld dat België jaarlijks gebruikt voor ontwikkelingssamenwerking, ingezet kon worden om elke Haïtiaan een basisinkomen te geven. Met deze manier van ontwikkelingssteun kan een land economisch in twee generaties helemaal opgebouwd worden, in plaats van structureel afhankelijk te blijven van onrechtstreekse buitenlandse hulp. Dit idee werd snel weggelachen, want ook internationaal blijft men liever investeren in systemen die armoede en oorlog niet uit de wereld helpen, dan het radicaal anders aan te pakken. Nochtans is dit soort ‘cash transfers’, waarbij geld rechtstreeks aan de inwoners wordt gegeven, geen weggesmeten geld. Het blijkt de meest efficiënte vorm van hulp te zijn, zoals reeds werd aangetoond in projecten in Nambië en India.

 

vzw Eight

Het idee om het basisinkomen of ‘cash transfers’ te gebruiken als instrument binnen ontwikkelingssamenwerking heeft de laatste jaren dan ook aan belang gewonnen. De VZW Eight ging er actief mee aan de slag en werkte een proefproject uit dat begin 2017 van start ging in Oeganda. De opbrengst van mijn boek gaat naar dit project en zo kan ik ook persoonlijk iets bijdragen aan een concreet project. Ik ben ervan overtuigd dat we binnen enkele jaren op veel grotere schaal het basisinkomen zullen gebruiken als instrument om armoede in de wereld uit te roeien.

 

Café Futur

In India werd een proefproject met een basisinkomen gefinancierd door Unicef en mee opgezet door professor Guy Standing, de co-stichter van BIEN (Basic Income European Network). Ik had de eer om Guy Standing samen met professor Philippe Van Parijs uit te nodigen op de Café Futur van Open Vld, waar bevlogen sprekers hun ideeën voor de toekomst serveren. Dat een samenkomst over het basisinkomen binnen Open Vld mogelijk was, was toch een opmerkelijke trendbreuk met het verleden. Bij het begin van het kartel was men vooral gecharmeerd door het principe van de verschuiving van de belastingen, maar dankzij heel wat interne overtuigingspolitiek en volharding is het me toch gelukt om veel liberale geesten warm te krijgen voor het geven van onvoorwaardelijk geld als ultieme vrijheidsgenerator.

 

Resolutie voor het basisinkomen

Tijdens het congres “Mensen Sterker Maken in Veranderende Tijden” in 2015 nam Open Vld dan ook overtuigd mijn resolutie aan om het basisinkomen in België te onderzoeken. Een mijlpaal in onze liberale geschiedenis. Vervolgens voegde ik de daad bij het woord en diende in het federaal parlement de resolutie in. Hiermee vroeg ik aan de federale regering om door het federaal Planbureau berekeningen en onderzoek over het basisinkomen te laten uitvoeren. Ik merkte echter al snel dat er weinig animo was bij mijn parlementaire collega’s om het debat over het basisinkomen te voeren. Zelfs het debat over de zin van onderzoek over het basisinkomen schuwen de meesten al. Een grote vorm van verontwaardiging is me sindsdien meester en ik vroeg me af hoe we dit politiek op de beste manier kunnen afdwingen. Mijn partij had ik mee, heel wat collega’s van de Open Vld-fractie steunen me en zijn ook bereid om hun nek ervoor uit te steken, maar helaas gaan slechts een handvol collega’s van andere partijen mee in het offensief. Kristof Calvo van Groen hield in zijn boek F*ck de zijlijn een voorzichtig pleidooi voor experimenten met een basisinkomen. Grete Remen van N-VA durft als ondernemer-politica openlijk te pleiten voor het basisinkomen en Georges-Louis Bouchez van de MR lanceerde eerder al zijn eigen voorstel en berekeningen. Maar in een parlementaire democratie is een handvol niet voldoende …

 

Dit is geen partij-politiek boek

Het basisinkomen heeft dus duidelijk nood aan promotie, zodat meer mensen het leren kennen en erin geloven. Daarom schrijf ik dit boek. Een boek waarin ik het basisinkomen tot in detail toelicht, want nog al te vaak roept het idee heel wat tegenstand op alleen maar omdat men het verkeerd begrijpt. Ik ga op zoek naar de bron van dit idee en naar experimenten die er al rond uitgevoerd zijn. Vervolgens onderzoek ik of het ook in ons land kan functioneren en hoe het er dan moet uitzien. Maar vooral laat ik veel mensen aan het woord en ga ik zo op zoek naar de grondstroom van het basisinkomen in België. Het zijn mensen met een mening, die elk op hun eigen manier hun schouders mee onder de samenleving zetten. Ze nemen hun verantwoordelijkheid en boetseren zo de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. Zij komen vooral aan het woord, dit is immers geen partij-politiek boek, het is een boek van basisinkomenstrijders. Elk op zijn en haar eigen wijze.

 

Complexiteit

In een aangrijpende rede in het programma ‘De Wereld draait door’ zegt Jan Terlouw: “Het publieke belang is het belang van de toekomst, van de jeugd.” Dat is ook de reden waarom we nu moeten durven na te denken over een nieuw systeem. Ons huidig systeem is opgebouwd na de oorlog. We hebben het verder uitgebouwd, maar vandaag is het verworden zoals ons landschap: bezaaid met hokjes en koterijen. Het is uitgegroeid tot een octopus met vele tentakels waarvan we de uiteinden zelfs niet meer kunnen zien. Ik was gechoqueerd toen ik de econoom Andreas Tirez tijdens een debat hoorde pleiten tegen het basisinkomen omdat ons systeem zodanig complex is geworden en niemand nog helemaal het overzicht heeft. Hij stelde: “Als je pleit voor radicale veranderingen, dan ontken je de complexiteit van onze maatschappij. Die complexiteit zorgt ervoor dat het een onmogelijke opdracht is om juist in te schatten waarom we de hoge welvaart produceren die we op dit moment produceren.” De complexiteit van de samenleving moet net sterk verminderen. Eenvoud zorgt namelijk voor veel minder verspilling, meer transparantie en vooral meer eerlijkheid. Daarom zie ik de invoering van een basisinkomen voor al onze inwoners als een zevende staatshervorming, waarbij men nadenkt over een nieuwe sociale zekerheid, een hervormd belastingsysteem en een staatsverkleining. Maar ook aanpalende maatregelen op het gebied van arbeidsrecht, subsidies, huisvesting, studiefinanciering of zorg dragen bij tot een verdere vermindering van de complexiteit.

 

Een nieuw systeem

Arbeid en inkomen van elkaar loskoppelen, zoals een basisinkomen doet, is een totaal nieuw gegeven. Geen enkel huidig model kan daarvan de gevolgen berekenen. Men kan een nieuw paradigma niet kritisch toetsen aan de hand van oude denkwijzen en dat verhindert niet alleen politici, maar ook economen en anderen om open te staan voor een nieuw systeem. Men redeneert vanuit het bestaande en zit vast in een keurslijf van oude verworvenheden. Zo blijft men maar draaien aan knopjes en radertjes in de hoop een serieuze omslag teweeg te brengen. Maar dat kan niet meer, er is nood aan een nieuw systeem.

 

Leeftijdspiramide

Ons oude model is opgebouwd rond arbeid met een solidariteitssysteem waarbij werkenden zorgen voor niet-werkenden. Via belasting en sociale bijdragen op het inkomen van werkende mensen betaalt men uitkeringen, pensioenen en allerlei vergoedingen. Maar onze omgekeerde leeftijdspiramide, met veel meer ouderen dan jongeren, zorgt ervoor dat de groep mensen met uitkeringen zoals een pensioen veel groter is dan de groep werkenden. Momenteel zijn er per 65-plusser 3,4 personen in de actieve bevolking (18-64 jaar). Tegen 2040 neemt dat af tot slechts twee personen. Bovendien neemt de levensverwachting nog sterk toe, waardoor ook de nood aan assistentie en zorg sterk toeneemt. Om dezelfde welvaart aan te houden, moet de actieve bevolking dus langer en meer werken. Er zullen trouwens ook minder personen zijn die voor de ouderen zullen kunnen zorgen. Toch is gezondheid zowel voor België als Europa een topprioriteit. Health is the greatest wealth! Maar de kosten ervoor blijven sterk stijgen. Vandaag vergen ze 11% van het bruto nationaal product en men verwacht dat dit zal toenemen tot 25%. De gevolgen van deze hoge kostprijs zijn nu al zichtbaar. In een Duits rusthuis krijgt een bejaarde nog welgeteld 53 minuten verzorging per dag en er verblijven al meer dan 10 000 Duitse bejaarden in Oost-Europese rusthuizen. Dat zijn schokkende cijfers en onze generatie jongeren heeft voor het eerst het gevoel dat ze het slechter zullen hebben dan hun ouders.

 

Robots

Een andere uitdaging is de automatisering. Computers, robots en nieuwe technologieën hebben onze levens veroverd, wat op zich een fantastische evolutie is. Een robot ondersteunt ouderen als ze in bad gaan, aan de kassa van de winkel kan men zelf de producten scannen en men betaalt via de smartphone met één druk op de knop. Maar de kassierster zien we steeds minder en waarschijnlijk verdwijnt in de nabije toekomst ook de rekkenvuller. Technologische innovatie leidt ertoe dat bepaalde jobs verloren gaan of drastisch veranderen. Om meer inzicht te krijgen in wat de automatisering voor ons betekent, heb ik aan professor Robotica Bram Vanderborght gevraagd om een bijdrage te schrijven in dit boek. Zoals hij aantoont, neemt robotisering inderdaad heel veel huidige jobs weg en dat zal steeds sneller gaan. Het gaat om jobs die er momenteel voor zorgen dat er voor de overheid geld in het laatje komt via de inkomensbelasting. Maar zal men blijven investeren om jobs die nutteloos zijn geworden te behouden – dus cru gesteld, investeren in een bodemloos vat – of gaat men nadenken over alternatieven voor de toekomst? Samengevat: we staan voor enorme uitdagingen op demografisch, technologisch en financieel vlak. Maar door een goed beleid kunnen we deze ombuigen in opportuniteiten om nieuwe economische markten te creëren en innovatieve oplossingen te vinden.

 

Een toekomstbeeld

Iedereen wil graag een ideaal leven leiden. Maar dat ideale leven betekent voor iedereen iets anders. Een samenleving stelt daarom het best geen onnodige belemmeringen op en probeert bovendien zoveel mogelijk te faciliteren. Dat houdt nogal wat in: kansen bieden in het onderwijs (inclusief herkansingen), levenslang leren mogelijk maken, de toegang tot de arbeidsmarkt optimaliseren, het bevorderen van een gezonde levensstijl en duurzaamheid, het voorkomen van armoede, mensen met gebreken kansen bieden en nog wel meer. Een basisinkomen kan deze samenleving mogelijk maken. Omdat er geen voorwaarden zijn om het te krijgen, is er geen dwang meer tot activiteiten die men liever niet doet. Zo kan men nutteloos aanvoelende arbeid terugdringen en komt er ruimte vrij voor vrijwilligerswerk. Stress en ziekte als gevolg van vervelend werk nemen af en negatieve druk van uitkeringsinstanties wordt opgeheven. Men kan besluiten om niet te gaan werken en te kiezen voor een sober bestaan, zonder de dreiging om zelfs dat te verliezen. Toch ben ik ervan overtuigd dat de arbeidsparticipatie juist zal toenemen, omdat er allerlei werk mogelijk wordt dat momenteel veel te duur is. Hoe dan ook, mensen krijgen veel meer vrijheid om het leven te leiden dat men wil leven.

 

Win for life

Van gelovers in het basisinkomen zegt men vaak smalend dat ze utopisten zijn. Maar is het krampachtige behoud van wat we vandaag hebben dan een beter ideaal? Men zegt dat politici het publieke belang moeten verdedigen. Ik voeg daar graag aan toe dat politici het publieke belang op lange termijn moeten verdedigen. We moeten daarom vandaag inzetten op een nieuw systeem en de veelarmige octopus verslaan. Niet omdat we daar op korte termijn voor beloond zullen worden, maar wel omdat we eerlijk durven te zeggen: ‘Het is op.’ Maar ook: ‘Er komt iets nieuws en dat is goed!’ In plaats van ‘moeten’ gaan we ‘mogen’. Vrijheid en creativiteit zullen zegevieren en nieuwe jobs zullen gecreëerd worden. Misschien krijg ik in de supermarkt van de toekomst wel een vriendelijke glimlach naast me die me zegt hoe ik iets moet klaarmaken en me daarna helpt om mijn boodschappen naar de wagen te brengen. Vandaag is dat utopie, morgen hopelijk een betaalbare optie. Het enige wat we nodig hebben, is de moed om het te doen. Ik geef iedereen alvast een Win For Life-ticket. Het ticket van de vrijheid op weg naar meer creativiteit!

 


Nele Lijnen

Basisinkomen-strijder